Northern Delight
Northern Delight verzorgt catering voor kleine en grotere gezelschappen.
Hier deel ik mijn lekkerste recepten!
Brandnetelsoep Door Ingrid Geel Nilsson

Mijn favoriet lentegerecht is brandnetelsoep! Het geeft me echt zo een lentegevoel als ik zelfgemaakte brandnetelsoep eet. Én het is heel lekker en gezond! 

Brandnetels zijn een van de eerste dingen die je wild kunt plukken. Eigenlijk geldt de kleiner de beter qua smaak. Het beste is om alleen de topjes te gebruiken. Ik ben zelf niet zo handig in om de topjes te plukken zonder me te steken dus ik gebruik dunne keukenhandschoenen. Wil je leren hoe je ze zonder handschoenen kunt plukken? Kijk dan dit handige filmpje:

https://youtu.be/kLphauBqnSs

 
Brandnetelsoep
4 porties
ongeveer 2 l kleine brandnetel-blaadjes en toppen
2 l water met 2 tl zout (voor het blancheren)
2 el boter
2 el tarwebloem
1 l water
2 groentebouillonblokjes
ev. zout en peper
 

voor het serveren: 4 gekookte eieren

 

 
1. Was de brandnetels 3 keer in koud water en verwijder eventuele dikke stelen.
2. Breng het water met zout aan de kook en voeg de brandnetels toe. Kook ze voor ongeveer 5 minuten.
3. Giet de brandnetels af en hak ze fijn.
4. Laat de boter smelten in en soeppan. Voeg de gehakte brandnetels toe en laat ze eventjes fruiten. Voeg de bloem toe en meng goed met een houten lepel.
5. Voeg het water al roerend toe en breng de soep aan de kook. Voeg de verkruimelde bouillonblokjes toe. Laat de soep 3-5 minuten koken en breng eventueel op smaak met wat zout en peper.
6. Serveer de soep met gekookte eieren.
Eet smakelijk!
 
Dunbrood (tunnbröd/rieska) uit Lappland Door Ingrid Geel Nilsson

Tunnbröd / rieska zijn platte broden die heel populair zijn in Zweden en Finland. Er is een harde en een zachte versie. Ze werden traditioneel gezien gebakken op een baksteen of in een koekenpan over open vuur.

Oorspronkelijk komt dit soort brood uit het noorden, Lappland. Het werd gebakken van alleen gerst omdat dat het beste groeit in het hoge noorden. Tegenwoordig wordt het brood in Zweden meestal gebakken van een combinatie van rogge- en tarwebloem en in Finland van gerst- en tarwebloem. Het brood wordt vaak op smaak gebracht met anijs, karwij en venkel.

Tunnbröd krijgt zijn typische uiterlijk door dat men vlak voor het bakken ieder brood bewerk met een ‘stekeltjesroller’ (kruskavel). Daardoor wordt het brood over de hele oppervlakte ingeprikt en bolt het niet op tijdens het bakken. Deze kan je in Nederland online kopen bij https://www.qvist.nl/qvist-outdoor-cooking-kruskavel.html Dit gereedschap gebruik je ook bij het bakken van knäckebröd!

Veel succes met bakken!

Zweeds dunbrood (tunnbröd) (15 kleine broodjes) 
35 g boter
350 ml melk
10 g verse gist OF 7 g gedroogde gist
30 g suiker
0,75 el stroop
0,3 tl zout
0,3 tl ammoniumbicarbonaat OF baksoda
0,5 tl venkelzaad
0,5 tl anijszaad
0,5 tl karwijzaad
75 g volkoren tarwemeel
75 g roggemeel
ongeveer 380 g tarwebloem

  1. Smelt de boter in een steelpan en voeg daarna de melk toe. Laat het mengsel 37° C worden, niet warmer.
  2. Verkruimel de gist in een grote kom. Voeg een beetje van de lauwwarme vloeistof toe en los daarmee de gist op. Voeg de suiker, stroop en rest van de vloeistof toe. / Gebruik je gedroogde gist: sla deze stap over en meng de droge gist met de twee soorten meel onder stap 4 en voeg dan ook de boter en melkmengsel, suiker en stroop toe!
  3. Maal de specerijen fijn in een vijzel.
  4. Meng de volkoren tarwemeel, roggemeel, zout, ammoniumbicarbonaat en specerijen in een andere kom. Voeg dit mengsel toe aan het gistmengsel.
  5. Meng goed en voeg daarna bijna alle tarwebloem toe. Bewerk tot een mooi deeg.
  6. Bestrooi het deeg met een beetje bloem en bedek met plastic folie. Plaats de kom op een warme plaats en laat rijzen voor 30 minuten.
  7. Kneed het deeg door en voeg eventueel nog een beetje tarwebloem toe. Deel het deeg op in 15 gelijke stukken.
  8. Rol ieder stuk zeer dun uit op een bebloemde aanrecht. Rol als laatste op ieder kant een keer met de stekeltjesroller (kruskavel) of prik de broden in met een vork.
  9. Bak in een hete, droge koekenpan. Draai het vuur tot gemiddeld. Bak ongeveer 3 minuten op de eerste kant en draai daarna het broodje over en bak nog 1-2 minuten op de andere kant.
  10. Geniet de broodjes warm of afgekoeld. De broden kunnen prima in de diepvries bewaard worden.
Saffraan-haringsalade Door Ingrid Geel Nilsson

Bij bijna alle Zweedse hoogtijden eten we een of andere vorm van haring. Hier deel ik een recept voor een lekkere, frisse haringsalade die mooi bij Pasen past, ook omdat de salade een mooie gele kleur krijgt van saffraan. Houd je niet van de smaak van saffraan maar wil je toch een gele kleur geven aan de haringsalade kan je kurkuma gebruiken.

Saffraan-haringsalade

125 g ingelegde haring, zoute haring of maatjesharing
1 kleine gekookte aardappel
1 appel
2 hardgekookte eieren
1 kleine rode ui, fijngesnipperd
100 ml creme fraiche
0,25 g saffraan (fijnmalen in een kleine vijzen of laat even weken in 1 tl water en voeg dit toe aan de salade)
fijngehakte dille
zout en peper

  1. Snijd de haring en aardappel in kleine blokjes.
  2. Schil de appel en snijd ook deze in kleine blokjes.
  3. Pel de eieren en snijd ze in kleine blokjes.
  4. Meng de blokjes haring, aardappel, appel, eieren en fijngesnipperde rode ui in een kom.
  5. Meng de crème fraiche met de (fijngemalen) saffraan in een kleine kom.
  6. Voeg de crème fraiche-mengsel toe aan het haringmengsel, meng goed.
  7. Voeg fijngehakte dille naar smaak toe.
  8. Breng op smaak met zout en peper.
  9. Serveer als salade of op een geroosterd broodje met wat blaadjes sla als een voorgerecht.
Krokante appeltaart met rozemarijn Door Ingrid Geel Nilsson

Deze taart is vrij makkelijk te maken, met slechts 5 ingrediënten. Als je een pak bladerdeeg in de diepvries hebt, een grote rozemarijnstruik in de tuin (zoals ik) en een paar appelen dan kan je snel de taart maken. Ik vind de combinatie met verse rozemarijn heel lekker. Dat is net wat anders dan de klassieke combinatie met bv. kaneel en rozijnen.

De taart wordt knapperig door het blind bakken van het deeg. Ik leg je in het recept hieronder uit hoe je dat doet!

 

Ingrediënten

anti-aanbak-vorm van ongeveer 12 x 35 cm

4 plakken roomboter bladerdeeg uit de diepvries
15 g roomboter
3 kleine takken verse rozemarijn
3-4 frisse rood-groene appelen
1-2 el lichtbruine basterdsuiker

voor het serveren: 125 ml slagroom

  1. Haal de bladerdeeg uit de diepvries en laat de plakken ontdooien op de tussenpapieren op het aanrecht.
  2. Verwarm de oven voor op 230 graden.
  3. Doe de roomboter in een kleine steelpan samen met 1 tak rozemarijn. Laat de boter rustig smelten en smaak krijgen van de rozemarijn.
  4. Bestrijk de vorm met een beetje van de gesmolten boter.
  5. Als de bladerdeeg een beetje ontdooid is haal de plakken van het tussenpapier en leg ze met de droge kant naar beneden op het aanrecht. Laat de plakken ongeveer 0.5 cm overlappen zodat je een lange plak bladerdeeg hebt. Druk de overlappende stukken lichtjes aan met bebloemde vingers.
  6. Bekleed de vorm met de bladerdeeg. Snij eventuele overtollige deeg weg. Zorg dat ook de randen bekleed zijn, dit kan ook met repen overtollige deeg.
  7. Prik het deeg in met een vork. Plaats een grote stuk bakpapier bovenop de deeg en vul daarna de vorm op met blindbak-bonen.
  8. Bak de bodem blind voor 10 minuten. Haal de vorm uit de oven en verwijder het bakpapier met de blindbak-bonen. Prik het deeg opnieuw in met de vork.
  9. Bak de bodem nogmaals ongeveer 5 minuten tot dat de hele bodem een goudbruine kleur heeft.
  10. Verlaag de temperatuur van de oven tot 210 graden.
  11. Snij ondertussen de appelen in dunne plakken van ongeveer 3-4 mm dik. Rits de bladeren van de rozemarijntak af. Hak de rozemarijnbladeren fijn.
  12. Plaats de plakken appel in een mooi patroon op de bodem. Bestrijk met de gesmolten boter. Bestrooi met de gehakte rozemarijn. Bestrooi daarna met ongeveer 1 el lichtbruine basterdsuiker.
  13. Bak in de oven 10 tot 15 minuten tot dat de appelen zacht zijn en klein beetje kleur gekregen hebben.
  14. Serveer de appeltaart lauwwarm met lobbig geklopte licht gezoete slagroom!

 

 

 

“Gravad lax” – gepekelde zalm Door Ingrid Geel Nilsson

Gravad lax, of gepekelde zalm, is een oud gerecht uit het noorden die met de tijd veranderd is. De oorsprong is dat men zocht naar een manier om zalm langer te kunnen bewaren als er veel gevangen werd. Sinds de 17e eeuw werd zalm met zout begraven (vandaar de naam “gravad”) in de grond. Het resultaat was een gefermenteerde vis die meer lijkt op wat we vandaag “surströmming” noemen.

Later toen suiker betaalbaar werd, werd de zalm in een mengsel van zout en suiker “begraven”. Dit is de manier die wij kennen vandaag. Nu voegen we ook meer smaakmakers toe, de meest gebruikelijke is dille en witte peper.

Mijn favoriete zomergerecht is gravad lax met in dille gekookte krieltjes en mosterd-dille saus! Mmmm….

Ingrediënten

Zalm:
600 g verse zalm met huid
35 g zout
40 g suiker
0,5 el grof gemaalde witte peperkorrels
0,5 dl fijngehakte dille

Saus:
1,5 el mosterd
0,5 el suiker (of gebruik mosterd met honing, dan is de suiker (bijna) niet nodig))
snufje zout
gemalen witte peper
0,5 el witte wijnazijn (of lekkere witte balsamico)
0,5 dl (50 ml) milde olijfolie (niet extra virgine)
1/2 bos gehakte dille

  1. Voor het pekelen: Eerst de zalm, met huid, een paar dagen in de diepvries laten om eventuele parasieten te doden. Daarna ontdooien voor je begint met de bereiding.
  2. Zalm in twee stukken snijden. Zout, suiker en gemalen peper mengen. De vleeskanten bestrooien/inwrijven met het kruidenmengsel en veel gehakte dille. De twee stukken met de vleeskant op elkaar leggen. In een plastic zak op een bord in de koelkast plaatsen voor 2-3 dagen. Af en toe omdraaien. Graag ook een gewicht (bv. pakken melk) op de zalm leggen.
  3. Kruiden eraf halen, vocht laten weg lopen, en gravad lax in dunne plakken snijden.
  4. Voor de saus: Meng mosterd, suiker, zout, peper en azijn in en kom.
  5. Voeg al kloppend de olie druppel voor druppel toe. De saus moet dik worden.
  6. Voeg de gehakte dille toe.
Kardemomkoffiebroodjes Door Ingrid Geel Nilsson

Deze koffiebroodjes zijn de broertjes van de bekende “kanelbullar” (kaneelkoffiebroodjes). De laatste jaren is de populariteit van de kardemomkoffiebroodjes sterk toegenomen. Het deeg is anders dan die van de “kanelbullar” en ik vind ze iets houdbaarder qua zachtheid en smaak. Als je de kardemomkoffiebroodjes wilt invriezen kan je beter wachten met het bestrijken met gesmolten boter en bestrooien met kardemomsuiker. Ontdooi de broodjes, verwarm ze 3 minuten in de oven op 150 graden en doe daarna het laatste stap van het recept.

+/- 32 st
Ingrediënten:
400 ml melk
42 g verse gist
4 eidooiers (100 g)
840 g tarwebloem
2 km zout
1 tl kardemom
85 g suiker
200 g boter, op kamertemperatuur, in blokjes

vulling:
85 g suiker
zaadjes van 1 vanillestokje
1,5 tl vanillesuiker
200 g boter, op kamertemperatuur
2 el kardemompitten, fijngestampt in de vijzel of gemalen kardemom

garnering:
gesmolten boter
suiker met gemalen kardemom

  1. Verwarm de oven voor op 215˚C.
  2. Verwarm de melk tot 37˚C.
  3. Verkruimel de gist in een grote kom en voeg de melk toe.
  4. Voeg de eidooiers, suiker, de helft van de tarwebloem en zout toe en meng goed.
  5. Voeg het boter en de rest van de bloem toe. Bewerk tot een deeg.
  6. Laat het deeg rijzen onder een doek voor 30 minuten.
  7. Verdeel het deeg in twee stukken.
  8. Rol een stuk uit tot een rechthoek.
  9. Meng alle ingrediënten voor de vulling.
  10. Verspreid de helft van de vulling over het deeg. Vouw het deeg dubbel. Snij het deeg in 20 brede repen. Draai ieder reep tot een “kringla”. Leg op een met bakpapier bekleden bakplaat.
  11. Herhaal met het tweede stuk deeg.
  12. Laat de koffiebroodjes rijzen voor nog 30 minuten.
  13. Bak de broodjes voor ongeveer 9 minuten. Eventueel plaat draaien na 5 minuten.
  14. Bestrijk de warme broodjes met gesmolten boter en bestrooi met suiker en kardemom.
Blauwe bosbessen-roomijs Door Ingrid Geel Nilsson

Dit is een recept voor een echte Zweedse roomijs van blauwe bosbessen. Je kan natuurlijk ook gekweekte blauwe bessen gebruiken die je makkelijk in de supermarkt kan vinden. In dit recept heb ik drie verschillende bereidingen van de bessen gemaakt; gedroogd, puree en jam. Je kan natuurlijk het recept makkelijker maken door gedroogde bessen en jam te kopen en alleen de puree zelf maken. De ijs kan natuurlijk ook zonder gedroogde bessen, ze zijn niet altijd zo makkelijk te vinden in de winkels.

400 g blauwe bessen
– 130 g voor drogen
– 135 g voor puree
– 135 g voor jam

60 g geleisuiker

250 ml melk
1 vanillestok
75 g suiker
2 eieren
375 ml slagroom
ev. 2 el alcohol (bv. blauwe bessenlikeur)

  1. Het drogen: Zet de oven op 85° C en doe 130 g blauwe bessen op een bakplaat bekleed met bakpapier in de oven. Laat de bessen drogen voor 4-5 uur, afhankelijk van grote, tot dat de bessen ongeveer voor 50% gekrompen zijn.
  2. Voor de puree: Doe 135 g blauw bessen in een steelpan met 1 el water. Breng de bessen op laag vuur aan de kook. Laat ze rustig voor een paar minuten koken tot dat ze een soort puree geworden zijn.
  3. Doe de blauwe bessenpuree door een zeef om de schillen te verwijderen. Laat afkoelen.
  4. Voor de jam: Doe de laatste 135 g blauwe bessen in een steelpan samen met de geleisuiker en 1 el water. Breng rustig aan de kook en kook de jam voor ongeveer 5 minuten. Laat afkoelen.
  5. Het ijs maken: Schraap de merg van de vanillestok uit en voeg merg en stok aan de melk toe in een steelpan.
  6. Breng de melk aan de kook en laat daarna van de vuur af eventjes trekken. Haal de vanillestok eruit.
  7. Doe de suiker en eieren in een kom. Klop de mengsel schuimig.
  8. Voeg al kloppend de melk bij het suiker/eimengsel toe.
  9. Doe het melk/suiker/eimengsel terug in de steelpan.
  10. Verwarmen rustig, al roerend met een houten pollepel tot dat het mengsel dikker wordt, als een vanillesaus. Blijf er bij en kijk uit voor aanbranden en schiften van het mengsel.
  11. Schenk het mengsel in een schone kom, voeg al kloppend de slagroom en gezeefde blauwe bessenpuree toe en laat goed afkoelen.
  12. Als het mengsel afgekoeld is laat het verder helemaal koud worden in de koelkast. Dit kan ook heel goed over nacht.
  13. Koel het mengsel nog kort in de diepvries.
  14. Meng de gedroogde blauwe bessen door het mengsel.
  15. Voeg eventueel 2 el alcohol toe. Dit maakt dat het ijs iets makkelijke te scheppen is na het invriezen.
  16. Draai het mengsel in een ijsmachine. Voeg op het eind de blauwe bosbessenjam toe. Meng de jam niet helemaal egaal door de massa maar laat het een beetje grof gemengd worden 🙂
  17. Als je geen ijsmachine hebt kan je het mengsel ook stilstaand laten invriezen. Het is dan handig om een paar keer in het ijs te roeren tijdens het invriezen.
  18. Eet smakelijk!
Skånsk appeltaart Door Ingrid Geel Nilsson

Dit is een traditionele appeltaart van Zuid-Zweden (Skåne). In Zweden gebruiken we altijd een speciaal soort donker brood voor dit recept maar dat brood, kavring, is niet te krijgen in Nederland. Als je het niet zelf wilt bakken kan je de kavring vervangen door donker roggebrood of ontbijtkoek.

(5 – 6 porties)

200 ml paneermeel
200 ml geraspte kavring (kan vervangen worden door ambachtelijk brood van roggemeel of naturel ontbijtkoek)
100 g boter
50 g bruine basterdsuiker, rietsuiker of muscovado suiker

6 grote vaste appelen, fris-zoet
25 g kristalsuiker
25 ml water
1 kaneelstok

25 g kristalsuiker
1 el gemalen kaneel

boter voor het besmeren van de ovenschaal

100 g boter

  1. Verwarm de oven voor op 175 graden.
  2. Rasp het brood grof. Meng met de panneermeel.
  3. Verhit de boter in een koekenpan. Bak het broodkruim en paneermeel tot dat het knapperig en bruin is. Voeg op het eind de bruine suiker toe.
  4. Schil de appelen, haal het klokhuis eruit en snij de appelen in grove stukken.
  5. Doe de appelblokjes samen met de kristalsuiker, water en kaneelstok in een steelpan. Kook de appelblokjes zacht maar niet tot moes.
  6. Beboter een passend ovenschal. Bestrooi de bodem met de gebakken kruimels. Dek met een laag apelblokjes. Herhaal dit nog een keer en eindig met een laag gebakken kruimels. Bestrooi de taart met de kaneelsuiker. Snij plakken van de boter en leg deze bovenop.
  7. Bak de taart in de oven voor 30 – 45 minuten.
Zweedse roltaart met citroen en frambozenjam Door Ingrid Geel Nilsson

Dit is een taart die perfect is om op warme zomerdagen te maken. Hij is makkelijk en snel te maken en duurt alleen 4 minuten in de oven. Dus als je geen zin hebt om te lang in de keuken te staan maar je wilt toch iets huisgemaakt serveren bij de koffie, dan is deze taart perfect 🙂

Ingrediënten:

3 eieren 
125 g suiker
120 g tarwebloem
1 tl bakpoeder
geraspte schil van een citroen
1 el water
200 ml frambozenjam

suiker voor decoratie

  1. Verwarm de oven voor op 240 °C.
  2. Klop de eieren en suiker zeer schuimig in een keukenmachine of met een elektrische handmixer.
  3. Meng de bloem, bakpoeder en geraspte citroenschil en voeg toe aan het beslag samen met het water. Meng kort.
  4. Doe het beslag op een bakplaat bedekt met bakpapier (ongeveer 30 x 40 cm). Spreid het beslag uit tot een dun laagje.
  5. Bak in de oven voor ongeveer 4 minuten.
  6. Leg ondertussen nog een bakpapier (groter dan de bakplaat) op het aanrecht. Bestrooi het bakpapier met een dun laagje suiker.
  7. Haal de bodem uit de oven en keer meteen de bodem met de gebakken kant naar beneden op het gesuikerde bakpapier.
  8. Trek het meegebakken bakpapier los van de bodem. Soms is het handig om het papier licht vochtig te maken met bv. een vaatdoek. Dan laat het papier makkelijker los.
  9. Bestrijk de bodem meteen met de frambozenjam. Rol de roltaart op vanaf de lange kant met behulp van de gesuikerde bakpapier. Rol de taart op in de bakpapier en laat hem even afkoelen.
  10. Snij de taart in plakken. Geniet er van!

 

Semlor Door Ingrid Geel Nilsson

10 stuks, of 20 mini’s van ongeveer 5 cm ø

75 g boter 
250 ml melk
21 g verse gist (halve pakje)
40 g suiker
1 tl gemalen kardemom
½ tl zout
420 – 480 g tarwebloem

1 ei, opgeklopt, voor het bestrijken van de bolletjes

150 – 200 g amandelspijs
500 ml slagroom
suiker naar smaak voor de slagroom

poedersuiker voor bovenop bestrooien

  1. Laat de boter smelten in een pan en voeg de melk toe. Laat het lauwwarm worden, ca 37 graden.
  2. Verkruimel de verse gist in een kom en roer de gist los met een beetje van het lauwwarme melk/botermengsel. Voeg de rest van het melk/botermengsel toe.
  3. Voeg de suiker en kardemom toe en roer goed.
  4. Voeg als laatste het zout en bijna alle tarwebloem toe. Bewerk tot een mooie deeg.
  5. Laat het deeg voor ongeveer 30 minuten rijzen op een warme plek.
  6. Kneed het deeg door en deel het deeg op in 10 stukken. Rol tot mooie bolletjes en leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat.
  7. Laat de bolletjes nog 20 – 30 minuten onder een theedoek rijzen.
  8. Verwarm de oven voor op 225˚C (hete luchtoven)
  9. Bestrijk de bolletjes met opgeklopt ei.
  10. Bak de bolletjes voor ongeveer 8 – 10 minuten (korter voor kleinere bolletjes).
  11. Haal ze uit de oven en laat de bolletjes afkoelen.
  12. Snij een kapje van de bolletjes af.
  13. Hol de bolletjes een beetje uit, bewaar het kruim.
  14. Meng het kruim met amandelspijs en klein beetje geklopte slagroom tot een lekkere massa.
  15. Vul de bolletjes met het amandelspijsmengsel.
  16. Doe een lepel geklopte, gezoete slagroom op de bolletjes. Plaats het kapje bovenop. Bestrooi met poedersuiker en dan lekker opeten!